Terugblik directeur Susan Mogony op vijf jaar NIVRE
Vijf jaar geleden trad Susan Mogony in dienst bij het NIVRE. Precies op een moment waarop een ambitieuze nieuwe strategie klaar lag om de organisatie ingrijpend te veranderen. Een uitdaging die zij met overtuiging, energie en doorzettingsvermogen aanging. Nu, vijf jaar later, blikken we samen met Susan terug op haar directeurschap. Vijf jaar. Vijf vragen. Vijf antwoorden.
Met welke ambitie begon je destijds aan deze functie?
“Toen ik begon, lag er een stevige nieuwe strategie vanuit het toenmalige bestuur. Die strategie zou vrijwel alles veranderen aan het dagelijkse functioneren van het NIVRE. Niet alleen voor het bureau, maar ook voor de branchebesturen en de manier waarop er werd samengewerkt. Voor mij was het vanaf het begin belangrijk om het nieuwe bestuur, dat later dat jaar aantrad, goed mee te nemen in die veranderingen. Verandering gaat namelijk nooit vanzelf. Het roept verwachtingen, vragen en soms ook weerstand op. Mensen betrekken veranderingen altijd op zichzelf en op hun eigen positie. Juist daarom moest het bestuur niet alleen achter de koers staan, maar deze ook kunnen uitleggen en verantwoorden richting branchebesturen en onze achterban. Dat lijkt misschien gemakkelijk, maar in de praktijk is dat een complexe opgave, zeker wanneer bestuurders dit combineren met een veeleisende fulltimebaan. Daarom vond ik het essentieel dat er een professioneel bureau zou komen dat die beweging kon ondersteunen en verder kon brengen.”
Waar ben je het meest trots op als je terugkijkt op die periode en waarom?
“Dat zijn eigenlijk meerdere dingen. Ik ben trots op een stichtingsbestuur dat zijn verantwoordelijkheden kent en waarmee ik samen het NIVRE verder positioneer. Maar ook op een NIVRE-bureau dat inmiddels professioneel genoeg is om de ambities van de organisatie daadwerkelijk vorm te geven. Daarnaast zie ik branchebesturen en commissies die steeds meer denken vanuit kwaliteit en vanuit het belang van het NIVRE als geheel. Dat vind ik een mooie ontwikkeling. En misschien wel het belangrijkste: ik zie dat het NIVRE steeds meer uitgroeit tot een stabiel en herkenbaar kwaliteitslabel. Niet alleen voor NIVRE Register-Experts, maar ook voor ketenpartners en de samenleving.”
Wat is achteraf moeilijker gebleken dan je vooraf had bedacht?
“Het realiseren van een goede governance-structuur binnen het NIVRE. Vanuit mijn ervaring had ik vrij snel helder hoe de interne organisatie ingericht zou moeten worden. Maar in de praktijk blijkt dat belangen soms anders lopen dan je vooraf denkt. Een kwaliteitsinstituut heeft namelijk niet altijd dezelfde belangen als een beroepsorganisatie. Daarnaast spelen werkgeversbelangen ook een belangrijke rol. Die belangen zijn absoluut relevant, maar vragen wel om een eigen positie binnen het geheel. Soms moet je dan bewust een pas op de plaats maken. En dat brengt ook weer teleurstelling met zich mee bij mensen die al verder vooruit wilden of waren. Dat spanningsveld hoort bij verandering. Iedereen beweegt nu eenmaal in een ander tempo. Dat zie je niet alleen bij het NIVRE, maar eigenlijk overal waar organisaties in ontwikkeling zijn.”
Welke kansen zie je voor de expertisebranche?
“Ik zie meerdere kansen. Naast een sterkere werkgeversbranche zie ik bijvoorbeeld ook de discussie rondom kwalijke praktijken, die vooral binnen de Personenschade speelt, als een kans voor de expertisebranche. Werkgevers staan nu op een belangrijk punt: welke rol willen zij binnen het NIVRE vervullen? Gaan we gezamenlijk aan de slag met vraagstukken zoals duurzame inzetbaarheid, de opkomst van AI en de invloed daarvan op het expertisevak? Daar ligt immers een belangrijke kans voor het NIVRE als onafhankelijke branchevertegenwoordiger. Of beperken we ons vooral tot een controlerende rol richting het NIVRE? Die visie moet nu verder ontwikkeld worden. Daarnaast biedt de discussie rondom kwalijke praktijken ook kansen voor de NIVRE Register-Experts en voor onze stip op de horizon: een beschermd beroep. Je wilt kwaliteit zichtbaar maken én behouden. En als er misstanden zijn, wil je die vanuit de beroepsgroep zelf kunnen verbeteren. Daarvoor is goede samenwerking binnen de keten essentieel. Ketenpartners moeten elkaar informeren en ondersteunen wanneer het gaat om kwalijke praktijken. Een beschermd beroep kan daarnaast helpen om de kwaliteit binnen de branche structureel verder te versterken.”
Als je jezelf één advies mocht geven op je eerste werkdag vijf jaar geleden, welk advies zou dat dan zijn?
“Volgens mij krijg ik al mijn hele leven hetzelfde advies: ga niet te snel”, geeft Susan lachend aan. “En eerlijk gezegd klopt dat ook wel. Ik ben nu eenmaal gepassioneerd, wil graag vooruit en ga vaak te snel. Maar juist in veranderprocessen leer je dat niet iedereen hetzelfde tempo heeft. Tegelijkertijd blijf je altijd leren. Elke fase brengt weer nieuwe inzichten met zich mee. Dat maakt dit werk ook zo interessant.”