Zelfregulering heeft een grens
De letselschadebranche investeert volop in kwaliteit, opleiding en professioneel handelen. Toch zit daar een paradox. Professionals die zich vrijwillig aan kwaliteitseisen onderwerpen, zijn toetsbaar en aanspreekbaar. Wie buiten dat systeem blijft, kan zich ondertussen nog altijd belangenbehartiger of schade-expert noemen. Nu staatssecretaris Claudia van Bruggen heeft besloten geen wettelijke beroepsregulering en verplichte certificering in te voeren, rijst de vraag: hoe ver kan zelfregulering eigenlijk reiken?
Binnen het NIVRE wordt al 35 jaar gewerkt aan kwaliteitsborging. NIVRE Register-Experts volgen een gedegen opleidingstraject, houden via permanente educatie hun vakkennis op peil, zijn gebonden aan gedragsregels en vallen onder tuchtrecht. Precies daarin schuilt de beperking van zelfregulering. Zelfregulering werkt voor de mensen die ervoor kiezen zich te laten reguleren. Wij kunnen onze eigen kwaliteitseisen verder aanscherpen, maar daarmee bereiken we niet degenen die bewust buiten iedere vorm van kwaliteitsborging blijven.
Slachtoffer moet op deskundigheid kunnen vertrouwen
Dat is juist bij letselschade een probleem. Slachtoffers schakelen professionele hulp in omdat zij zelf niet over de kennis beschikken om de juridische, medische en financiële gevolgen van hun letsel te overzien. Hoe kunnen zij dan vooraf beoordelen of een belangenbehartiger voldoende deskundig is? Toetsbaarheid is dan ook essentieel. Ook een geregistreerde professional kan een fout maken. Het verschil is dat er normen zijn waaraan zijn handelen kan worden getoetst. Er zijn opleidingseisen, gedragsregels en tuchtrecht.
Daar komt bij dat zelfregulering een ongelijk speelveld creëert. Professionals die kwaliteit willen aantonen, investeren tijd en geld in opleidingen, examens en permanente educatie. Wie zich nergens bij aansluit, hoeft niet aan diezelfde eisen te voldoen.
Kwaliteit moet herkenbaar zijn
Nu de overheid vooralsnog niet kiest voor wettelijke regulering, wordt een andere vraag des te belangrijker: als de consument zelf moet kiezen, hoe kan die dan kwaliteit herkennen? De verantwoordelijkheid kan daarvoor niet volledig bij het slachtoffer worden neergelegd. Als de overheid kiest voor zelfregulering en keuzevrijheid, moet een consument ook weten waarop hij moet letten en welke professionals aantoonbaar aan kwaliteitseisen voldoen.
Hoewel de actuele discussie over letselschade gaat, is het vraagstuk breder. Ook bij brand-, technische, agrarische of andere schades moet iemand kunnen vertrouwen op de deskundigheid van een schade-expert.
Kamerlid Ulysse Ellian: “Gereguleerde professionals zijn toetsbaar”
Ook Kamerlid Ulysse Ellian laat dit onderwerp niet onbesproken en is voornemens de staatssecretaris te vragen dit onderwerp alsnog op te pakken teneinde kwetsbare letselschadeslachtoffers beter te beschermen tegen ondeskundige en malafide praktijken. Volgens hem is het grote verschil tussen gereguleerde en niet-gereguleerde belangenbehartigers dat de eerste groep aanspreekbaar en toetsbaar is. Als een advocaat of een NIVRE Register-Expert zijn of haar werk niet goed doet, kun je naar de tuchtrechter. Bij een beroepsorganisatie weet je welke kwaliteit je mag verwachten én waar je terecht kunt als het misgaat. Volgens Ulysse ontbreekt die zekerheid bij belangenbehartigers die niet zijn aangesloten bij een beroepsorganisatie, want – zo geeft hij aan – “als je door zo’n kantoor wordt benadeeld, ben je eigenlijk het haasje”. Want het enige wat je dan rest is zelf opnieuw kosten maken om je recht te halen.
Niet alleen een letselschadevraagstuk
Hoewel de actuele discussie draait om belangenbehartiging bij letselschade, reikt het vraagstuk verder. Ook na een grote brand, technische schade, agrarische schade of transportschade kan iemand afhankelijk zijn van specialistische kennis die hij zelf niet bezit. Voor het NIVRE raakt de discussie daarom aan een fundamenteler principe: wat mag iemand verwachten van een professional die zich schade-expert noemt? Digitalisering, verduurzaming en steeds complexere risico’s maken het expertisevak bovendien eerder ingewikkelder dan eenvoudiger. Kennis en vakbekwaamheid worden daarmee alleen maar belangrijker.
Uiteindelijk gaat deze discussie niet over regels omwille van de regels. Het gaat om de bescherming van mensen die schade hebben geleden. Die op een kwetsbaar moment moeten kunnen vertrouwen op de deskundigheid en integriteit van de professional die hen bijstaat. Juist daarom pleiten wij voor bescherming van het beroep van schade-expert. Een duidelijke wettelijke kwaliteitsgrens maakt voor gedupeerden herkenbaar wie aantoonbaar aan professionele eisen voldoet én biedt waarborgen wanneer het onverhoopt misgaat.
Voorzitter Klaas Brand en directeur Susan Mogony