In de kou
Het is met deze hoge temperaturen midden in de zomer een vreemde titel, maar dat is wel hoe ik me voel, en met mij waarschijnlijk veel meer experts, partijen en slachtoffers. Afgelopen week heeft de staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid besloten dat er geen wettelijke beroepsregulering en verplichte certificering komt voor belangenbehartigers in letselschadezaken.
Een flinke streep door de rekening van veel partijen, het NIVRE en zijn experts, en De Letselschade Raad. Maar bovenal van de slachtoffers.
Meerdere door de Tweede Kamer aangenomen moties vanuit diverse Kamerleden en diverse politieke partijen om meer regulering in de letselschadebranche en zo ‘beunhazen’ te weren, worden terzijde geschoven. Het WODC-rapport van 2024, waaraan alle partijen hebben bijgedragen, wordt met al zijn aanbevelingen naar de prullenbak verwezen.
De staatssecretaris wil onnodige regeldruk en drempels voor slachtoffers voorkomen, en zet in plaats daarvan in op betere zelfregulering en helderdere voorlichting. Daarbij is de keuzevrijheid voor het slachtoffer, als het gaat om welke belangenbehartiger een slachtoffer wil nemen, een belangrijk punt.
Maar daar zit nu precies het probleem. Een branche kan zich maar tot op zekere hoogte beschermen tegen beunhazen. Natuurlijk kan je intern steeds meer regels gaan stellen, maar dat doe je voor de partijen die al aangesloten zijn bij instanties als het NKL (Nationaal Keurmerk Letselschade) en het NIVRE en die daarmee al het goede willen doen. Voor deze partijen wordt het voldoen aan alle eisen die een NKL en ook het NIVRE gaan stellen aan organisaties en individuen door de verdere zelfregulering alleen maar meer en duurder. Denk aan steeds meer verplichte opleidingen, audits, permanente educatie, VOG’s et cetera.
En met al deze regels en maatregelen, daarmee weer je de beunhazen niet uit de markt. Nee sterker nog, die worden er alleen maar beter van. Voor hen gelden deze, vaak kostbare, regels niet.
Dan de kennelijk zo belangrijke keuzevrijheid van het slachtoffer. Ook de Hoge Raad was eerder al van mening dat dit belangrijker was dan de kwaliteit van de beroepsgroep.
Heel bijzonder, want hoe kan een slachtoffer nu bepalen welke belangenbehartiger er goed is? Als men zelf voldoende inzicht zou hebben, dan zou men misschien ook wel zelf zijn eigen schade kunnen regelen. Maar voor de meeste slachtoffers komt een (letsel)schade maar één keer voor. Kennis van zaken heb je over het algemeen niet en je bent maar wat blij als een aardige buurman, tante, kennis of wie dan ook, je helpt om zaken aan te dragen waar je zelf niet aan gedacht hebt en je te verwijzen naar de belangenbehartiger op de hoek. Gebrek aan inhoudelijke kennis ontbreekt met enige regelmaat bij zo’n belangenbehartiger, laat staan dat zo’n belangenbehartiger zich wil verantwoorden voor zijn gebrek aan inhoud (denk aan het tuchtrecht voor de bij het NIVRE geregistreerde experts). En als zo’n belangenbehartiger dan wel aantoont dat hij kennis heeft, wie beoordeelt dan of dit voldoende is? Een slachtoffer in ieder geval niet. Die weet vaak niet beter en komt, zonder dat het slachtoffer het zelf in de gaten heeft, vaak bedrogen uit. Want dat de uitkomst van de schaderegeling ook anders had kunnen zijn, dat weet een slachtoffer vaak niet. Die is al blij dat hij geholpen wordt.
Het opstellen van een zogenaamd zwartboek tegen ‘beunhazen’ zou een mogelijkheid kunnen bieden, maar helaas steekt de AVG daar een stokje voor.
Meestal weten verzekeraars wel wie de ‘beunhazen’ onder de belangenbehartigers zijn. En voor beunhazen die frauderen hebben zij een mooi systeem, het Extern Verwijzingsregister (EVR). Helaas is dit register alleen toegankelijk voor financiële instellingen. Een NIVRE of NKL vissen vanwege de AVG achter het net.
De verdere zelfregulering betekent daarmee niets anders dan dat de ‘goeden’ verder beteugeld worden en op kosten gejaagd worden en de ‘beunhazen’ weglopen met het spreekwoordelijke ‘been’.
Tot zover het in de kou zetten en laten staan van de (letsel)schadebranche inclusief het slachtoffer door de staatssecretaris.
Ik hoop echter dat de gesprekken weer verdergaan om wel tot die noodzakelijke wettelijke regulering te komen en dat de kou alleen komt door het onderwerp tijdelijk in de koelkast te zetten.
Susan Mogony
Directeur NIVRE