Tuchtrecht: Oververhitte gemoederen
Blog van Bas Martens en Suzanne Hendrickx over de uitspraak van de Tuchtcommissie NIVRE d.d. 11 december 2025, 1138776/1297872. Bas en Suzanne zijn onder meer adviseur compliance voor advocatenkantoren en docent tuchtrecht. Zij schrijven van tijd tot tijd blogs over de uitspraken van de Tuchtcommissie NIVRE.
Op 17 juni 2023 brak brand uit in het pand van klager. Er ontstond niet alleen schade aan het pand, maar ook aan inventaris en bedrijfseigendommen. De schade aan het pand werd door een andere expert vastgesteld dan de bedrijfs- en inventarisschade. Voor die laatste twee posten werd, naast de beklaagde expert, door klager een contra-expert ingeschakeld, die later werd opgevolgd door een tweede contra-expert.
Klager is van mening dat de beklaagde expert zich niet heeft gedragen als een professionele expert en dient daarom vijf klachten in:
- Er is geen akte van benoeming opgesteld, waardoor er geen duidelijke contractuele basis was voor een bindende schadevaststelling of arbitrage;
- Op 19 juni 2023 zou zijn vastgesteld dat er sprake was van onderverzekering, terwijl daar helemaal geen goed onderzoek naar was gedaan;
- De afhandeling heeft veel te lang geduurd, inhoudelijk weigerde de beklaagde expert om zijn werk te doen terwijl hij bovendien wekenlang onbereikbaar was;
- De beklaagde expert zou ten onrechte hebben gesteld dat een mondeling akkoord was bereikt over de hoogte van de schade aan de voorraden;
- De beklaagde expert zou eenzijdig hebben bepaald dat hij het dossier ging sluiten, wat volgens klager voortijdig was omdat er nog helemaal geen overeenstemming bestond over de omvang van de schade.
Klager meent dat sprake is van schending van tenminste 4 NIVRE-gedragsregels en vindt dat de beklaagde expert helemaal geen rekening heeft gehouden met de voor hem geldende normen van onder andere deskundigheid, zorgvuldigheid, onafhankelijkheid en transparantie.
De beklaagde expert vindt, alhoewel hij begrijpt dat het proces voor klager belastend en onbevredigend kan zijn geweest, dat hij niet verwijtbaar heeft gehandeld.
- Aangezien er al vroeg in het proces twijfels waren over de polisdekking voor de kosten van een contra-expert is op verzoek van de verzekeraar geen akte van benoeming opgesteld. Dat is niet ongebruikelijk. Uiteindelijk is er toch een manier gevonden om die kosten alsnog te vergoeden.
- De conclusie dat sprake zou zijn van onderverzekering was niet overhaast, dat bleek namelijk bij een eerste beoordeling van de in de polis vermelde som. Uiteindelijk is een meer algemene post onder de rubriek ‘inventaris’ gevonden waarvan de som ook aan de post inventaris is toegewezen. Daardoor kwam de verzekerde som voor de post inventaris veel hoger te liggen. Van tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen is naar de mening van de beklaagde deskundige dus geen sprake geweest.
- De vertraging die is ontstaan is voor een belangrijk deel te wijten aan het vertrek van de eerste contra-expert en de komst van een tweede, die zich nog in het dossier moest verdiepen. Al in februari 2024 is medegedeeld aan partijen dat geen overeenstemming zou worden bereikt over de hoogte van de schade, waardoor een gezamenlijke vaststelling niet tot de mogelijkheden behoorde.
- De beklaagde expert had met de eerste contra-expert een mondeling akkoord over de voorraadschade. Dat stelde hij dus niet ten onrechte.
- De beklaagde expert legt ten slotte uit dat hij het dossier heeft gesloten omdat er tussen partijen al een procedure liep en er geen overeenstemming was bereikt over de hoogte van de voorraadschade en de inventarisschade. Aangezien al eerder was afgesproken dat in dat geval geen arbitrage zou plaatsvinden, heeft hij naar zijn mening terecht het dossier gesloten.
De commissie heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. De uitleg van de beklaagde expert op de verschillende klachtonderdelen was voor het grootste deel afdoende, alhoewel de commissie de expert wel nog een aanwijzing gaf. In een volgend geval zou de expert er goed aan doen om bepaalde zaken nog beter te communiceren. Dat zag op het ontbreken van een akte van benoeming. De expert had er goed aan gedaan klager erover te informeren dat die op uitdrukkelijk verzoek van de verzekeraar niet was opgesteld en de reden daarvoor. Dat had bij klager voor meer begrip kunnen zorgen. Klager is hierdoor echter niet in zijn belangen geschaad, daarom vindt de commissie niet dat de expert tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Conclusie
Wederom lijkt miscommunicatie hier ten grondslag te liggen aan de klacht, hoewel onvrede over de uitkomt vast ook een rol heeft gespeeld. Ondanks het feit dat bij brandschade de temperatuur én de gemoederen hoog kunnen oplopen, is het voor klagers van belang om zich te blijven afvragen wat het doel is van hun klacht en of zij door een bepaalde handelwijze in hun belangen zijn geschaad. Voor de expert een reden om er scherp op toe te zien dat het dossier op orde en voldoende gedocumenteerd is en dat met voortvarendheid en transparantie wordt gewerkt.
Hier lees je de blogs van Bas Martens en Suzanne Hendrickx over uitspraken van de Tuchtrechtcommissie NIVRE.