18 juni 2026

Pilot elektrisch rijden volop in beweging: ‘We zitten er echt middenin’

Auteur: NIVRE
Duurzaam Schadeherstel
Pilot elektrisch rijden volop in beweging ‘We zitten er echt middenin’

Foto: Isabelle van der Wegen (NN)

Hoe maak je duurzaam schadeherstel concreet? Die vraag staat centraal binnen het Manifest Duurzaam Schadeherstel. Inmiddels is wave 2 van start gegaan, waarin diverse pilots zijn opgezet. Binnen deze trajecten onderzoeken partijen uit de keten gezamenlijk hoe duurzaamheid concreet in de praktijk kan worden vormgegeven. Een van die projecten richt zich op elektrisch rijden bij schadeherstel. Nationale-Nederlanden (NN) neemt daarin het voortouw, samen met partners Polygon, Van Soest Calamiteiten en Jansen Huybregts. 

Het project wordt getrokken door Michel van Leuven en Isabelle van der Wegen, beiden werkzaam bij NN. Projectleider Isabelle ziet de eerste resultaten met enthousiasme tegemoet. “De uiteindelijke conclusies  laten nog even op zich wachten, maar de pilot draait inmiddels volop. Juist daarom is dit een mooi moment om te laten zien dat er echt iets gebeurt.”

Van ambitie naar praktijk

De pilot ontstond al voordat wave 2 officieel van start ging. Binnen  NN werd al langer gesproken over de mogelijkheden van elektrisch rijden binnen schadeherstel en calamiteitenmanagement. “Met Polygon waren we al in gesprek voordat wave 2 officieel werd gelanceerd”, vertelt Isabelle. “We hadden samen al nagedacht over de opzet van een pilot. Het manifest heeft ervoor gezorgd dat we dat verder konden uitbouwen en versnellen.”

Inmiddels nemen drie organisaties deel aan het project. Polygon en Van Soest nemen als ondertekenaars van het manifest deel aan de pilot, terwijl Jansen Huybregts zich eveneens bij de pilot heeft aangesloten vanwege de grote interesse in het onderwerp, ondanks dat deze organisatie geen onderdeel is van het manifest.

“Dat laat meteen zien wat er mogelijk is”, zegt Isabelle. “Duurzaamheid stopt niet bij de grenzen van het manifest. Het enthousiasme om hier samen mee aan de slag te gaan is groter dan alleen de aangesloten partijen.”

Twee sporen

De pilot kent een kwantitatieve én een kwalitatieve component. Enerzijds wordt data verzameld via trackingsystemen in elektrische voertuigen. Daarmee wordt inzichtelijk hoeveel kilometers worden gereden, wanneer voertuigen worden opgeladen en waar dat gebeurt.

“Zo krijgen we zicht op de daadwerkelijke inzet van elektrische voertuigen in de praktijk”, legt Isabelle uit. “We kunnen straks veel beter onderbouwen welke uitdagingen en kansen er zijn.”

Minstens zo belangrijk zijn volgens haar de ervaringen van de vakmannen die dagelijks met de elektrische bus op pad gaan. “Ik ga echt in gesprek met de medewerkers die op de bus zitten. Hoe ervaren zij elektrisch rijden? Waar lopen ze tegenaan? Wat werkt goed en wat kan beter? Uiteindelijk bepaalt de praktijk of opschaling succesvol kan zijn.”

Van stedelijk tot landelijk

Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen, zijn medewerkers op verschillende locaties geïnterviewd. Inmiddels hebben er gesprekken plaatsgevonden met vakmannen in Rotterdam, Leiden, Tiel en Eelde. De geografische spreiding is bewust gekozen, omdat er juist gekeken wordt naar verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden. Heeft iemand die in Groningen werkt met dezelfde uitdagingen te maken als iemand in de Randstad? Hoe zit het met laadmogelijkheden? Zijn er regionale verschillen? 

Daarnaast spelen ook andere factoren een rol. “Zelfs de kosten van laden verschillen per regio”, legt Isabelle uit. ”Dat soort aspecten willen we allemaal meenemen. Uiteindelijk gaat het niet alleen om de techniek van het voertuig, maar ook om de omgeving waarin mensen ermee werken.”

Veel positiever dan verwacht

De interviews zijn afgerond, en dat levert volgens Isabelle interessante inzichten op.  Een van de meest opvallende bevindingen is dat veel gebruikers positiever zijn over elektrisch rijden dan vooraf werd verwacht. “Vrijwel iedereen noemt het rijcomfort als groot voordeel. De voertuigen zijn stil, rijden soepel en geven een prettige rijervaring. Dat horen we eigenlijk overal terug. Tegelijkertijd blijkt dat de overstap naar elektrisch rijden ook een andere manier van werken vraagt. Bestuurders zijn veel bewuster bezig met hun actieradius. Ze denken vooraf na over hun route, kijken waar laadpunten zijn en plannen laadmomenten slim in tijdens hun werkzaamheden. Dat vraagt aanpassing, maar het blijkt vaak goed te combineren met het werk.”

Zo gebruiken medewerkers laadtijd regelmatig om rapportages uit te werken of administratieve werkzaamheden af te ronden. “Dat betekent niet dat laden geen tijd kost”, zegt Isabelle. “Maar het laat wel zien dat mensen in de praktijk creatieve manieren vinden om daarmee om te gaan.”

Actieradius blijft belangrijk aandachtspunt

Hoewel de ervaringen positief zijn, komt één onderwerp in vrijwel elk gesprek terug: de actieradius. “Dat is zonder twijfel het meest genoemde aandachtspunt”, vertelt Isabelle. “Mensen willen zekerheid. Zeker wanneer ze grote afstanden afleggen of wanneer een planning op het laatste moment verandert omdat er een spoedklus tussendoor komt.”

Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken dat de praktijk  vaak minder belemmeringen oplevert dan vooraf werd gedacht . “Veel medewerkers geven aan dat ze aanvankelijk sceptisch waren over elektrisch rijden, maar dat de dagelijkse ervaring uiteindelijk meevalt. Daarbij helpt het dat het netwerk van laadvoorzieningen de afgelopen jaren aanzienlijk is uitgebreid.”

Ook verschillen tussen werkzaamheden spelen daarbij een rol. Voor functies zoals lekdetectie, waarbij relatief weinig zware apparatuur wordt meegenomen, lijken elektrische voertuigen goed inzetbaar. “Voor andere werkzaamheden moeten we nog beter onderzoeken wat mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan voertuigen die veel en zwaar materiaal vervoeren. Juist daarom is deze pilot zo waardevol.”

Samen leren

Volgens Isabelle draait de pilot niet alleen om elektrische voertuigen, maar vooral om kennisdeling binnen de sector. “Het mooie is dat partijen bereid zijn om hun ervaringen open met elkaar te delen. Iedereen begrijpt dat we alleen verder komen als we samen leren.” Daarom vindt zij het belangrijk om ook tussentijds aandacht te besteden aan de pilot. “We hoeven niet te wachten tot alle cijfers bekend zijn. Juist de weg ernaartoe is interessant. We willen laten zien dat er beweging is en dat organisaties tijd investeren en dat duurzaamheid niet alleen een ambitie op papier is.”

Daarbij spreekt Isabelle haar waardering uit voor de betrokken partners. “Polygon, Van Soest en Jansen  Huybregts zetten hier echt hun schouders onder. Er is een enorme bereidheid om mee te denken, ervaringen te delen en samen te onderzoeken wat werkt. Dat maakt deze pilot mogelijk.”

Op weg naar de volgende stap

“Nu de gegevens zijn verzameld, richt de aandacht zich op de analyse van de resultaten. Daarbij analyseren we zowel de inzichten uit de interviews als de kwantitatieve data, waaronder emissieberekeningen voor CO₂, stikstof en fijnstof. Ook worden de uitkomsten vertaald naar heldere visualisaties, zodat een compleet beeld ontstaat van de effecten en mogelijkheden van elektrisch rijden binnen schadeherstel.”

De eerste bevindingen zijn volgens Isabelle veelbelovend. “De komende periode worden de analyses afgerond en de conclusies uitgewerkt. Die resultaten delen we graag met de sector, zodat de opgedane kennis kan bijdragen aan de volgende stap, het verantwoord en toekomstbestendig opschalen van elektrisch rijden binnen schadeherstel!”

Jaarverslag 2025

Het jaarverslag 2025 is gepubliceerd! Rode draad door 2025? Onafhankelijkheid en het vinden van de balans.