Martin de Haan: “Wij hebben als branche de verantwoordelijkheid om mensen écht verder te helpen”
Na meer dan tien jaar betrokkenheid bij het branchebestuur Personenschade heeft Martin de Haan afscheid genomen. Een periode waarin hij zich met grote inzet heeft ingezet voor de professionalisering van het vak en de positie van de NIVRE Register-Expert. Martin is niet iemand die langs de zijlijn blijft staan. Als hij ergens in gelooft, wil hij bijdragen, meedenken en – waar mogelijk – verbeteringen bewerkstelligen.
“Dat was ook precies de reden waarom ik destijds ‘ja’ zei tegen een bestuursfunctie”, vertelt hij. “Ik was toen senior leidinggevende bij Cunningham Lindsey, de voorganger van Sedgwick, en wilde meer doen dan alleen roepen hoe dingen beter zouden kunnen. Ik wilde daadwerkelijk iets betekenen voor de ontwikkeling van de personenschadebranche.”
Werken aan kwaliteit
In het branchebestuur vervulde Martin verschillende rollen. Lange tijd was hij voorzitter van de opleidingscommissie binnen de branche Personenschade. Daarnaast was hij actief in de commissie Permanente Educatie en Seminars en had hij zitting in het branchebestuur.
Zijn drijfveer was altijd dezelfde: de kwaliteit van het vak verder brengen. Martin is niet iemand die zijn mening onder stoelen of banken steekt. “Maar dat doe ik niet om te provoceren. Ik doe dat omdat ik geloof dat je alleen vooruitkomt als je kritisch durft te kijken naar wat beter kan. Mijn bestuursfunctie gaf mij de mogelijkheid om die visie breder uit te dragen en het heeft mij veel gebracht. Je verdiept je nog meer in de branche, je spreekt met veel verschillende partijen en je krijgt de kans om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de kwaliteit van het werk dat wij met elkaar doen.”
Een nieuw fundament voor de opleiding
Een van de ontwikkelingen waar Martin met trots op terugkijkt, is de vernieuwing van het opleidingstraject voor NIVRE Register-Experts Personenschade. “Wij hebben destijds een compleet nieuw curriculum ontwikkeld”, vertelt hij. “Daarmee hebben we echt een verbeterd fundament gelegd voor de opleiding van personenschade-experts.”
Die vernieuwing ging verder dan alleen inhoudelijke aanpassingen. Zo werd ook de referteperiode – de periode waarin iemand ervaring moet opdoen voordat hij of zij als expert kan worden ingeschreven – verlengd van drie naar vijf jaar. Dat heeft de kwaliteit van het vak versterkt. Het betekent immers dat experts met meer praktijkervaring en vakkennis het NIVRE-Register instromen.
Ook op andere terreinen werd gewerkt aan verdere professionalisering. “We hebben stappen gezet om de buitendiensteis voor NIVRE Register-Experts uit de branche Personenschade te herzien en om het NIVRE nadrukkelijker te positioneren als kwaliteitsinstituut binnen de branche.”
Een sterkere positie voor het NIVRE
Volgens Martin is de positie van het NIVRE de afgelopen jaren duidelijk veranderd. “Het NIVRE wordt tegenwoordig door stakeholders, verzekeraars en zelfs de overheid gezien als een professionele gesprekspartner binnen de personenschadebranche. Dat was niet altijd zo. Ook critici uit het verleden zien inmiddels dat het NIVRE en de NIVRE Register-Expert een duidelijke meerwaarde hebben.”
Dat is volgens hem niet alleen belangrijk voor de beroepsgroep zelf, maar vooral voor de mensen om wie het uiteindelijk draait. “Wij werken met kwetsbare mensen. Mensen die vaak iets ingrijpends hebben meegemaakt en geen idee hebben hoe een personenschadezaak wordt afgehandeld. Juist daarom zijn zorgvuldigheid, communicatie en begrip zo belangrijk. Het NIVRE speelt daarin een belangrijke rol door kwaliteit en professionaliteit te stimuleren.”
Ook buiten het NIVRE heeft die ontwikkeling effect gehad. Zo is het in dienst hebben van NIVRE Register-Experts Personenschade een belangrijke voorwaarde geworden binnen het Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL). Keurmerkhouders moeten ervoor zorgen dat 50% van hun buitendienstmedewerkers als NIVRE Register-Expert Personenschade staat ingeschreven in het Register van het NIVRE.
“Dat vind ik een mooi resultaat”, zegt Martin. “Het laat zien dat het NIVRE een belangrijke plek heeft gekregen in de kwaliteitsborging van onze branche.”
Ruimte maken voor een nieuwe generatie
Na ruim twaalf jaar vond Martin het moment gekomen om zijn bestuursfunctie neer te leggen. “Onze branche heeft vernieuwing nodig. Jonge mensen vormen de toekomst van onze beroepsgroep. Zij verdienen de kans om zich actief met de ontwikkeling van het vak bezig te houden.”
Daarnaast speelde ook de formele kant een rol. Volgens de statuten en reglementen was het na twee termijnen ook logisch om terug te treden. Dat betekent echter niet dat Martin zich terugtrekt uit de branche. Integendeel. “Ik heb nog ongeveer vijf jaar te werken en in die periode wil ik mij zeker nog verdienstelijk maken. Ik blijf het NIVRE met interesse volgen en ben altijd bereid om mee te denken of bij te dragen als dat nodig is.”
Blijven bouwen aan herstel
Zijn energie richt hij nu onder meer op zijn rol als bestuurslid van de Vereniging Herstelgerichte Dienstverlening. Een ontwikkeling waar hij sterk in gelooft. “De beweging van alleen schadevergoeding naar daadwerkelijk bijdragen aan herstel is volgens mij de juiste richting. Wij hebben als branche een maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensen echt vooruit te helpen. Dat kan gaan om werk, om gezondheid, om sociale participatie of om het hervinden van perspectief.”
Daarnaast blijft Martin actief binnen Sedgwick op het gebied van business development en innovatie. Ook verzorgt hij vakinhoudelijke presentaties en PE-sessies voor de Stichting Assurantie Registratie (SAR) en werkt hij nog steeds als personenschade-expert en arbeidsdeskundige.
Kortom, Martin zal zich niet vervelen. En hoewel zijn bestuursperiode nu eindigt, blijft één ding voor Martin onveranderd: zijn betrokkenheid bij het vak.
“Personenschade is een prachtig beroep. Het gaat uiteindelijk altijd om mensen. Als wij met ons werk kunnen bijdragen aan herstel en perspectief, dan doen we iets dat er echt toe doet.”