Achterstallig onderhoud vermomd als schade
Uitspraak Tuchtcommissie NIVRE d.d. 11 december 2025, 1151580/1309872
In de straat van klaagster besloot haar buurman tot een grondige renovatie. Bouwmateriaal werd af- en aangereden over de weg en dat veroorzaakte natuurlijk de nodige trillingen, zodanig dat volgens klaagster de scheuren in de muren trokken. Ze stelde haar buurman aansprakelijk voor de schade, maar de buurman ontkende dat de schade door hem was veroorzaakt. De NIVRE-Register-Expert die door de buurman werd ingeschakeld moest de vermeende schade vaststellen.
De verwachtingen bij klaagster waren hooggespannen, zeker nu er volgens haar in een rapport van een vereniging die verder niet met naam wordt genoemd in de uitspraak, al schade zou zijn vastgesteld die het gevolg was van die trillingen. De rapportage waar dit uit zou blijken ontving de expert niet, volgens klaagster omdat haar was aangeraden om dit rapport niet direct te delen.
De expert kwam langs voor een inspectie van de woning. Er werden scheuren waargenomen tijdens de inspectie, maar de expert zei daarover naderhand dat die niet het gevolg waren van de trillingen. Klaagster kreeg dus in plaats van een schaderapport een coulancebetaling aangeboden. Toen was het duidelijk voor klaagster; het werk van de expert deugde niet. Zij diende een klacht in bij de tuchtcommissie van het NIVRE en verweet de expert onduidelijkheid in de uitvoering van de opdracht, het wisselen van een schadeonderzoek in een coulancebetaling en het niet opstellen van een schriftelijk rapport. Met de kritiek op haar woning en de staat van het onderhoud was klaagster ook niet erg gelukkig.
De expert verweerde zich tegen de klachten. Hij gaf te kennen dat uit zijn onderzoek was gebleken dat er sprake was van achterstallig onderhoud in plaats van schade. Er waren inderdaad scheuren in de onderlinge wandaansluitingen en boven de kozijnen van de woonkamer. Die waren echter het gevolg van corroderende kozijnenankers, corroderende verankeringen van de vloerbalken en gebrekkig metselwerk. Tijdens de inspectie had hij nooit gezegd dat er schade was die het gevolg was van de trillingen van de renovatiewerkzaamheden. Dat er geen rapport was opgesteld was een beslissing van zijn opdrachtgever, die in overleg met de expert besloot om een aanbod te doen voor een coulancebetaling. In dit soort situaties was het volgens de expert gebruikelijk dat niet altijd een schriftelijke rapportage wordt opgesteld.
De beoordeling door de Tuchtcommissie
De tuchtcommissie stelde vast dat de klacht voor een belangrijk deel bestond uit een verschil van inzicht over de reikwijdte van de opdracht. Klaagster ging er kennelijk vanuit dat enkel gekeken zou worden naar schade die het gevolg zou zijn van de trillingen, de expert heeft echter een volledige inventarisatie gemaakt van alle relevante schade. Die klacht werd ongegrond verklaard. Volgens de commissie is dit geen afwijkende werkwijze, omdat eerst een volledig beeld moet worden verkregen van de aanwezige schade voordat kan worden vastgesteld welke schade verband houdt met de renovatiewerkzaamheden van de buurman. Het is volgens de commissie niet in alle gevallen nodig om een volledig schriftelijk rapport op te stellen. Dat is een zaak tussen de expert en zijn opdrachtgever en staat klaagster daar in beginsel buiten. Als zij een rapport wil dan dient zij daarvoor een eigen expert in te schakelen. Ook het aanbod voor een coulanceregeling vindt de tuchtcommissie niet verwijtbaar. De commissie concludeert dat de expert de werkzaamheden zorgvuldig, deskundig en naar beste weten en kunnen heeft uitgevoerd, met oog voor de specifieke situatie van alle betrokkenen, één en ander conform gedragsregel 5.1 sub c van de gedragsregels. En ook al had de communicatie met klaagster in het begin wellicht nog iets duidelijker gekund, er is door de expert herhaaldelijk geprobeerd nadere uitleg te geven, dus van tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen was geen sprake.
Conclusie
Wederom blijkt uit deze uitspraak hoe belangrijk heldere communicatie is. Daarmee zal heus niet iedere klacht kunnen worden voorkomen, maar achteraf kan dan eventueel wel duidelijk worden of hooggespannen verwachtingen van klagers realistisch waren.